/--/uploads/2025/11/Medium-Estivales-27.jpg)
De Stem van de Tuin
Met de Stem van de Tuin, delen we de woorden van Éric Domb, voorzitter en oprichter van Pairi Daiza. Deze reeks teksten biedt een intiemere blik in de Tuin: haar emoties, inspiratiebronnen, ontmoetingen die haar vormen en de overdenkingen die haar ontwikkeling sturen.
De achtste Stem van de Tuin
Tussen alle stemmen van de tijd en van de mens is er één die niet probeert te behagen of te overtuigen. Ze herinnert ons enkel aan wat we al weten, maar liever vergeten: leven bescherm je niet met ideeën, maar met daden.
PROPERE HANDEN OF HANDEN DIE VERZORGEN?
Een dier beschermen is geen mening. Het is een verantwoordelijkheid. Geen betoog, maar een verplichting.
Er zijn twee manieren om van dieren te houden.
Zij die handelen.
En zij die praten.
De eersten staan vroeg op. Ze verzorgen, voeden, maken schoon en houden de wacht. Ze blijven, ook wanneer het lijden aanhoudt. Ze nemen op zich wat anderen liever niet zien. Het zijn verzorgers, dierenartsen, toegewijde vrijwilligers in opvangcentra en alle andere mensen op het terrein. Zij dragen het leven, tastbaar en concreet. Zonder hen sterven dieren. Snel.
De anderen verontwaardigen zich. Ze klagen aan, beschuldigen, vereenvoudigen. Vanop afstand delen ze goed en kwaad uit. Maar ze verzorgen niet. Ze voeden niet. Ze nemen niets op zich. Ze spreken over het leven zonder ooit het gewicht ervan te dragen.
En toch is het naar hen dat men luistert.
Omdat verontwaardiging makkelijk is. Ze maakt je handen niet vuil. Ze put je niet uit. Ze verplicht je tot niets.
Ze geeft zelfs een goed geweten.
Verontwaardiging is de luxe van de toeschouwer. Zorg dragen is de plicht van wie handelt.
Er is een mechanisme ontstaan. Emotie trekt aandacht. Aandacht trekt geld aan. Geld voedt het discours. En dat discours heeft er belang bij dat het probleem blijft bestaan.
Hun donaties financieren communicatie. Onze middelen financieren bescherming.
Een echte oplossing daarentegen stoort. Ze maakt een einde aan het verhaal. Ze laat het beeld verdwijnen. Ze maakt aanklacht overbodig.
Dus wordt ze bestreden.
Niet altijd openlijk, maar wel systematisch: men zaait twijfel, stelt uit, ondermijnt. Niet omdat ze niet bestaat, maar omdat ze werkt.
Een dier waar daadwerkelijk voor gezorgd wordt, dient nergens meer toe… behalve om te leven.
Onze handen zijn vaak vuil. Maar ons geweten is helder.
En dat schuurt.
Dus laten we niet langer wegkijken.
De vraag is niet ideologisch. Ze is eenvoudig en hard.
Willen we dieren helpen, of willen we blijven praten over dieren?
Een dier leeft niet in een debat. Het leeft in een lichaam. Met honger. Met pijn. Met urgentie.
En dat los je niet op met woorden.
Dat los je op met handen.
Handen die voeden.
Handen die verzorgen.
Handen die blijven, wanneer niemand nog kijkt.
Al de rest is schijn.
We beweren het leven te verdedigen, terwijl we de band vernietigen die bescherming mogelijk maakt. We noemen dat bevrijding. Vaak is het uitwissing.
Minder verbondenheid.
Minder kennis.
Minder betrokkenheid.
En uiteindelijk: niets meer om te beschermen.
Er blijft maar één vraag over.
Wie is er wanneer er gehandeld moet worden? Wanneer verantwoordelijkheid nodig is? Wanneer er geen slogans meer zijn, geen camera’s, geen publiek?
Niet in een tekst.
Niet in een principe.
Niet in verontwaardiging.
Maar tegenover een dier. Echt. Afhankelijk. Levend.
Vandaag.
Nu.
Er zijn zij die over dieren spreken.
En zij die voor hen instaan.
De eersten beschermen een beeld.
De laatsten beschermen levens.
Dieren hebben niets aan meningen.
Ze hebben handen nodig.
Eric Domb

De zevende Stem van de Tuin
In deze maand van Ramadan buigt de Tuin zich in stilte voor wie kiest voor geduld, zelfbeheersing en delen.
De Stem van de Tuin is geen mening,
maar een moment waarop we even zwijgen.
Waarin we luisteren naar het kloppen van het menselijk hart,
op zoek naar licht.
Met Kerst spraken we over een geboorte.
Over kwetsbaarheid die aan de wereld werd toevertrouwd.
Vandaag kijken we naar een ander gebaar.
Nog voor de dageraad staan miljoenen vrouwen en mannen op, in stilte.
Het huis slaapt nog.
Soms is het koud.
Een klein vlammetje verlicht een hoek van de tafel.
Wat brood. Een beetje water.
Misschien een glimlach,
voor ze opnieuw de nacht instappen.
Ze weten dat ze straks niet meer zullen drinken.
Dat ze niet meer zullen eten tot de avond valt.
De dag rekt zich uit.
De dorst wordt een aanwezigheid.
De honger een fluistering die opwelt in de buik, die de keel dichtknijpt.
En herinnert eraan dat het lichaam geen meester is,
maar een broze belofte.
Niemand kijkt toe.
Niemand applaudisseert.
En misschien schuilt precies daarin de grootste schoonheid:
de keuze voor terughoudendheid,
zonder getuigen, zonder vertoon.
In een wereld die aanzet tot consumeren, leren zij wachten.
In een luidruchtige wereld, leren zij stilte.
En wanneer de avond eindelijk terugkeert,
reikt een bevende hand een glas water aan.
Een andere hand neemt het aan.
Lippen raken het water.
Een rilling, bijna kinderlijk.
Alsof het leven, plots, opnieuw begint.
In de Tuin dragen de bomen de winter in stilte.
Hun kaalheid is geen einde,
maar de belofte van zuiverder sap.
De Ramadan draagt diezelfde ingetogenheid:
leegte scheppen
om het licht door te laten.
Geloven of niet geloven doet er weinig toe.
Wat raakt, is de stille trouw van de inspanning,
de oneindige tederheid van een onzichtbaar gebaar.
Vanavond, ergens ter wereld,
schenkt een moeder een glas water voor haar kind.
Hun blikken kruisen elkaar.
Niemand spreekt.
Dan fluistert iemand: “dank je.”
Heel zacht.
Zoals men alleen de belangrijkste dingen zegt.
In dat ene woord zit alles:
vermoeidheid, zachtheid, dankbaarheid
en dat breekbare licht
dat ontstaat wanneer een mens even aan een ander denkt
voor hij aan zichzelf denkt.
Daaruit rijst de schoonheid op.
Where beauty awakens love.
Eric Domb

De zesde Stem van de Tuin
We spreken vaak over cijfers, successen, reddingen – over wat zichtbaar is.
Maar wat echt standhoudt, rust vaak op schouders zonder naam, zowel in lichte dagen als in de donkerste momenten.
De zesde Stem van de Tuin
Gericht aan wie nooit genoemd wordt
De wereld spreekt veel.
Hij spreekt luid.
Hij spreekt snel.
In die drukte verdwijnen degenen die hem overeind houden.
Als jij er nog bent wanneer alles wankelt en woorden tekortschieten, dan richt deze Stem zich tot jou.
Tot jou die blijft wanneer anderen zich terugtrekken, terwijl we verder moeten gaan, omdat het ertoe doet.
Tot jou die ’s ochtends niet opstaat in de hoop ’s avonds bedankt te worden.
Je denkt er niet eens over na.
Tot jou die doet wat gedaan moet worden, uit trouw aan wat echt telt.
En daarna een stap opzij zet.
Vaak merkt niemand je op.
Een deur sluit.
De dag gaat verder.
En toch ben jij gebleven.
Soms moe, vaak zwijgend, maar altijd staande.
Soms vraag je je af hoe lang je het nog volhoudt,
en toch ga je door.
Je ondersteunt.
Je verzorgt.
Je helpt.
Je troost.
Je blijft.
Zo blijft, heel eenvoudig, iets voortbestaan.
Je verwacht geen dankbaarheid en geen vermelding.
En toch wordt dankzij jou iets mogelijk gehouden.
We vinden je daar waar menselijkheid zou kunnen bezwijken,
en waar zij dat, door jouw onzichtbare gebaren, niet doet.
We vinden je daar waar het eenvoudiger zou zijn te vertrekken,
en waar iemand toch kiest om aanwezig te blijven.
Als deze woorden een gezicht oproepen,
of als je die vermoeidheid herkent die je voelt zonder dat ze uitgesproken hoeft te
worden, dan zijn ze voor jou.
Dus zeg ik tegen jou:
Dank je.
Dank je voor wat je draagt zonder dat het ooit wordt genoemd.
Dank je voor wat je overeind houdt, zonder te pronken.
Dank je voor het mens-zijn dat je bewaart, ook als alles je oproept het los te laten.
Iemand blijft.
En net omdat iemand blijft,
is niet alles verloren.
Éric Domb

De vijfde Stem van de Tuin
Voor iedereen die nog hoopt dat het leven mild zal zijn voor wie hun dierbaar is.
Beste vrienden van Pairi Daiza,
Op deze plek, waar schoonheid harten opent, moeten sommige woorden zacht worden uitgesproken.
Dit zijn mijn wensen.
Vanaf de allereerste dag wandel ik samen met jullie door deze Tuin.
En wanneer het jaar weer rond is, keert hetzelfde tafereel terug.
Schermen lichten op, berichten kruisen elkaar, iedereen zoekt naar die ene originele zin… om uiteindelijk toch hetzelfde te zeggen: succes, geluk, voorspoed.
Achter deze vertrouwde woorden schuilt slechts één gebed, zo oud als onze diepste angsten, een simpele en universele wens:
“Laat wie we liefhebben gespaard blijven, omringd, nooit alleen.
Laat niemand ons ontvallen.
Niet dit jaar. Nog niet.”
Maar wie worden we, als zelfs onze oprechtste wensen niets meer tegenhouden?
Soms beweegt het leven geruisloos.
Het doorkruist een gewone ochtend, opent een vertrouwde deur, en plots is iemand er niet meer.
Een stem.
Een lach.
Een gebaar in de gang.
En ineens is de wereld te groot voor één enkel hart.
Dan troost stilte niet langer.
Ze nestelt zich diep.
En moet je opnieuw leren ademen.
Voor sommigen onder ons ligt die dag al achter hen.
Zij leven met een lege stoel, met een naam die zonder stem wordt gefluisterd, met een afwezigheid die opduikt in de kleinste dingen: de tafel dekken, een raam sluiten, een lied dat te vroeg terugkeert.
Toch gaan ze verder, met die afwezigheid aan hun zijde.
Toch glimlachen ze nog.
Sommige glimlachen die je vandaag ziet, zijn losgerukt uit donkere nachten, hebben een lange weg afgelegd.
Als deze Tuin bestaat, is het niet om het verdriet te laten verdwijnen.
Maar om het niet te veroordelen.
Om trager te mogen stappen, langer te mogen kijken en, zonder woorden, neer te leggen wat te zwaar weegt.
Soms komt iemand dichterbij en gaat naast ons zitten.
Hij vraagt niets.
Hij zoekt niets.
Hij blijft gewoon.
En iets houdt stand.
Wat ons ooit werd gegeven, geven we later door.
Door voor iemand te worden wat het leven niemand belooft.
Er zijn.
Zacht zijn.
Degene zijn die blijft staan wanneer de ander wankelt.
Die plek zijn waar de angst zachter ademt.
Dieren zijn geen engelen.
Het wilde leven is niet mild.
Maar zij bewaren wat wij soms laten ontsnappen: het echte.
Tussen wie ze zijn en wat ze tonen, bestaat geen kloof.
Die trouw aan het wezenlijke neemt het verdriet niet weg.
Ze draagt het.
Soms is dat genoeg.
Ook bomen kennen het onherstelbare.
Ze buigen.
Soms breken ze.
Wat gebroken is, groeit nooit meer aan.
Ze leven rondom hun wond.
Wijken eromheen.
Passen zich aan.
En blijven schaduw geven met wat hun rest.
Ze zijn niet bewonderenswaardig omdat ze standhouden,
maar omdat ze blijven geven, ook nadat ze hebben toegegeven.
Ze leren ons dat wat blijft bestaan niet datgene is wat intact is,
maar wat, ondanks de breuk, blijft liefhebben.
Ik wens ons geen ongeschonden weg toe.
Het leven gehoorzaamt geen wensen.
Ik wens ons iets bescheidener en tegelijk onmisbaarder: aanwezigheid.
Het leven belooft niets.
Aanwezigheid houdt woord.
Moge wij dit jaar, voor iemand, de hand zijn die de nacht tegenhoudt voor hij alles meesleurt.
En moge iemand later kunnen zeggen:
“Ik hield me nauwelijks staande.
En toch bleef ik staan.
Omdat ik niet alleen was.”
Omdat wij zijn woorden lieten beven.
Omdat wij zijn hand namen zonder voorwaarden.
Omdat wij zijn pijn door de onze lieten gaan, zonder weg te kijken.
En soms is één enkele zachtheid, één maar, op het juiste moment gegeven, genoeg om de loop van een leven te veranderen.
Het zijne.
Het onze.
Of beide.
Vanuit het diepst van mijn hart wens ik jullie dat licht toe dat van niets afhankelijk is.
Dat licht dat, broos en koppig, van hart tot hart gaat, zolang we over elkaar waken.
En vooral: dat het licht dat ieder van ons draagt, in geen enkel stilzwijgen dooft.
Dat wij voor elkaar mogen zijn wat de nacht verzacht, wanneer de dag op zich laat wachten.
Éric Domb

De vierde Stem van de Tuin
Voor wie echt wil begrijpen wat het betekent om iets op te bouwen in Wallonië.
Beste vrienden van Pairi Daiza, hier spreekt een nieuwe stem van de Tuin. Het verhaal begint met een foto. Het gaat over een winter, een leugen, een Tuin en een eenvoudige vraag:
Wat zou u in mijn plaats doen?
De foto stamt uit de winter van 1994-1995, tussen het eerste en tweede seizoen van Paradisio. In het eerste jaar trok de Tuin veel minder bezoekers dan verwacht. Die winter wist ik dat we in het voorjaar weer zouden openen, maar of we de herfst zouden halen, was onzeker. De Tuin was bijna leeg. De kou liet me beseffen dat niets vanzelfsprekend was. Aan mijn voeten liepen twee kleine biggetjes die ik had geadopteerd en die me in die maanden overal volgden. Ze wisten niets, vroegen niets. Ze waren er gewoon, alsof hun aanwezigheid alleen al weigerde toe te laten dat de droom zou eindigen. Ik had geen zekerheden, alleen dat winterpad, die twee kleine levens vlak bij me en de fragiele wens om ondanks de angst door te gaan. De verantwoordelijkheid om stap voor stap verder te gaan in een Tuin waar alles op zijn kop kon komen te staan. Dat is het ontstaan van Pairi Daiza, een daad van vasthoudendheid in een winter waarin niets de toekomst beloofde.
Er zijn dertig jaar verstreken. Meer dan dertig miljoen bezoekers kwamen hier. Dat cijfer zie ik niet als succes, maar als een getuigenis van mensen die terugkomen, hun kinderen meenemen en een stukje van hun leven aan de Tuin toevertrouwen. Dat is voor mij de enige echte maatstaf van wat we doen.
Maar één ding is nooit veranderd: niets was ooit gemakkelijk. En dat is vandaag nog steeds zo. In deze context heeft een woord onlangs een onevenredige betekenis gekregen, een woord dat onzorgvuldig werd gebruikt, oneerlijk werd herhaald en verspreid zonder enig besef van de schade die het zou aanrichten. Dat woord was: “cadeau”.
Er werd gezegd dat Pairi Daiza een cadeau van 11,5 miljoen euro zou hebben ontvangen voor een waterparkproject ter waarde van 106,16 miljoen euro, dat na voltooiing bijna 125 miljoen euro zal kosten. Het woord deed de ronde. Het drong zich op. Het zaaide wantrouwen. Niet over een project, maar over personen. En laten we er geen doekjes om winden: het was geen vergissing. Het was een leugen, een leugen die zo lang werd herhaald dat mensen van goede wil er uiteindelijk in gingen geloven, een leugen die suggereerde dat dit bedrag in de zakken van twee aandeelhouders zou zijn verdwenen.
Voor veel gezinnen zegt 11,5 miljoen euro niets. Het is een bedrag dat alle proporties te boven gaat als je elke uitgave moet controleren om de maand door te komen. Wanneer je je zorgen maakt over de rekeningen, alles nog eens natelt en hoopt dat er geen onverwachte gebeurtenissen komen die alles op zijn kop zetten, is het een schok te horen dat “11,5 miljoen” aan twee mensen zou zijn gegeven die ruim boven de armoedegrens leven. Een schok vermengd met onrechtvaardigheid, ontmoediging en de vraag die vaak terugkomt: “En wij dan, wie denkt er aan ons?”
Daarom deed die leugen zoveel pijn: het trof kwetsbare gezinnen en suggereerde dat wat zij al zo lang missen, aan twee mensen was gegeven. Dat is niet waar en het heeft mensen gekwetst die dat niet verdienen. Dat kan ik niet laten voorbijgaan.
Dit is de waarheid. De premie waar we het over hebben is geen gunst. Ze wordt niet willekeurig toegekend. Wallonië gebruikt al jaren hetzelfde systeem voor grote ondernemingen die nieuwe activiteiten opstarten, fors investeren en duurzame banen creëren. In 2023 heeft de regering-Di Rupo III toestemming gegeven voor een investering van 106,16 miljoen euro voor een nieuwe economische activiteit, een zwemcentrum en het creëren van 275 directe banen. Het definitieve dossier werd op 4 juni 2024 ingediend, nog steeds onder dezelfde regering. Het werd door de administratie onderzocht op basis van een reeks criteria die deze regering zelf had vastgesteld: economische voordelen, innovatie, inspanningen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, het creëren van banen en de kwaliteit daarvan. Op basis daarvan, en uitsluitend op basis daarvan, werd het steunpercentage berekend: 10,83 %. Niet meer. Niet minder. En nog steeds onder strikte voorwaarden. De volgende regering heeft niets “aangeboden”. Ze heeft gewoon het voorstel van haar administratie bekrachtigd, zoals ze dat doet voor alle dossiers die aan de regels voldoen. En de steun waarover zoveel wordt gesproken, is niet uitbetaald. Geen euro. Dat kan pas gebeuren zodra de werken afgerond zijn en alleen als aan alle voorwaarden is voldaan. Er is niets zomaar gegeven. Alles moet worden verdiend.
Sinds 1993 heeft Pairi Daiza meer dan 630 miljoen euro geïnvesteerd in Wallonië. Begin 2026 zal dat 704 miljoen bedragen. Vandaag hebben we 222 miljoen euro schulden. Dat bedrag zal oplopen tot 401 miljoen voordat het weer begint te dalen. Je moet bijna onbezonnen zijn om in Wallonië zoveel schulden te maken, zeker als je leest hoe degenen die hier bouwen soms worden behandeld.
En soms komt er een gedachte bij me op, ook al vind ik het moeilijk om dat toe te geven. Als deze Tuin door een grote Amerikaanse groep was aangelegd, weet ik heel goed dat niemand hem zo zou aanvallen. Men zou voor hem de rode loper uitrollen, zich verheugen over een “belangrijke buitenlandse investering”, spreken over onze “internationale uitstraling”, de nadruk leggen op de banen die worden gecreëerd en het vertrouwen van een wereldspeler in onze regio toejuichen. Met andere woorden, dezelfde administratieve beslissingen, dezelfde wettelijke steunmaatregelen en dezelfde projecten zouden geen wantrouwen maar enthousiasme oproepen. Het is een vreemde realiteit in Wallonië dat wanneer een lokale speler enorme risico’s neemt, hij met argwaan wordt bekeken. Wanneer een buitenlandse speler arriveert, wordt hij toegejuicht. En juist omdat ik hier vandaan kom, omdat ik ben opgegroeid met deze Tuin, omdat ik niet de macht of de onverschilligheid van een multinational heb, staan sommigen zichzelf toe dingen te doen die ze zich tegenover een gigant van elders nooit zouden permitteren.
Sinds 2014 is meer dan 20 miljoen euro besteed aan het behoud van bedreigde diersoorten.
Vorig jaar genereerde de dierentuin direct en indirect 145,2 miljoen euro voor de economie, 125 miljoen euro aan belastinginkomsten voor het land en werk voor meer dan 3.100 mensen. Ook dit jaar zijn al deze cijfers weer gestegen.
Toch zijn wij het doelwit geworden. Terwijl wij btw, vennootschapsbelasting, bankrente, zware investeringen en een risico dat nooit verdwijnt voor onze rekening nemen, betalen de twee belangrijkste dierentuinen in het noorden van het land geen btw op hun toegangskaarten of vennootschapsbelasting, ontvangen ze exploitatiesubsidies en investeringssteun en hebben ze een schuldenlast die niet te vergelijken is met de onze.
Het scheve evenwicht kan niet groter worden. Aan de ene kant twee instellingen die vrijgesteld zijn en ruimschoots worden gesteund, en waarvan de investeringen bijna zonder schulden worden gefinancierd. Aan de andere kant een particuliere speler die btw, belastingen, risico’s en leningen voor zijn rekening neemt en bovendien duizenden extra bezoekers moet ontvangen om investeringen te absorberen die het hele land ten goede komen.
Ik wens hen geen kwaad toe. Maar ik vraag alleen dat degene die het zwaarst draagt, niet wordt gestraft.
En toch komt er nog een andere beslissing bij die dit onevenwicht vergroot: de btw op toegangskaarten voor dierentuinen zou kunnen stijgen van 6% naar 12%. Voor ons zou deze verhoging onmiddellijk een einde maken aan de voorzichtige aanpassing van de ticketprijs die bedoeld was om de aanzienlijke kosten van onze toekomstige projecten op te vangen. Als deze verhoging ongewijzigd van kracht wordt, zal Pairi Daiza ongeveer 82 % van alle btw op de toegangsprijzen van de Belgische zoölogische sector voor zijn rekening nemen. Een verdubbeling van de belasting die voornamelijk op één speler zou rusten. Je moet wel naïef zijn om niet te zien welke naam al de rondgaat: de Pairi Daiza-belasting.
En dan is er nog wat de cijfers nooit zullen vertellen. Deze Tuin leeft niet dankzij de kolommen van een begroting. Hij leeft dankzij mensen. Honderden vrouwen en mannen, van wie sommigen hun dag vóór zonsopgang beginnen en anderen hun dag pas lang na het vertrek van de bezoekers beëindigen. Verzorgers, tuiniers, ambachtslieden, teams voor onthaal, restauratie en onderhoud, jongeren die leren, ouderen die hun kennis doorgeven en ook degenen die het publiek nooit ziet, de administratieve, logistieke en technische teams, de discrete beroepen die de Tuin elke dag draaiende houden. Hele gezinnen leven van dit werk.
Wanneer er een onrechtvaardig woord de ronde doet, raakt dat niet de balansen. Het zijn geen cijfers. Het zijn zij, hun inzet, hun trots, hun waardigheid. En dat kan ik ook niet verzwijgen.
Nu ik 65 ben, rijst er een vraag. De eenvoudigste keuze zou zijn om te vertrekken, alles op te geven en mijn resterende schulden af te lossen. Deze plek in stilte verlaten, als iemand die afstand neemt van een droom waar hij nog steeds van houdt, maar die hij niet meer de kracht heeft om te verdedigen.
De andere keuze zou zijn om door te gaan. Door te gaan ondanks het onrecht, ondanks de aanvallen, ondanks de slijtage van de jaren, ondanks het gevoel dat ik op sommige dagen de man van de winter van 94-95 weer zie, alleen in een verlaten Tuin, op zoek naar de kracht van een nieuwe lente.
Als ik doorga, is dat niet uit trots of koppigheid. Het is voor degenen die hier werken, deze geweldige metgezellen die de Tuin dragen in hun dagelijkse bezigheden, in hun inspanningen, hun koude ochtenden, hun te lange avonden, en wier stille trouw mij meer verplicht dan welke geschreven regel dan ook. Het is ook voor onze bezoekers, diegenen die een stukje van hun leven tussen de bomen komen neerzetten, op zoek naar ademruimte, schoonheid, rust en soms zelfs een manier om zich te herstellen zonder het te zeggen.
Het is voor hen dat deze kwestie me bezighoudt en misschien ook wel omdat ik naïef genoeg ben om te geloven dat ik nog iets kan bijdragen aan deze Tuin die me zoveel heeft gegeven. Daarom is deze beslissing niet eenvoudig en daarom vertrouw ik u deze toe, zoals men een moeilijke keuze toevertrouwt aan een goede vriend: wat zou u in mijn plaats doen?
Als u ooit nog eens dat woord hoort, het woord ‘cadeau’, onthoud dan één ding: deze Tuin is niet ontstaan uit gemak of voordeel, maar uit een winter waarin hij had kunnen verdwijnen.
Éric Domb

Waarom vieren we Kerstmis?
Beste vrienden van Pairi Daiza,
We dragen allemaal, ergens in ons, een herinnering aan Kerstmis.
Een lichtpunt in de nacht, een gedeelde tafel, een geur uit onze kindertijd.
Het is niet zomaar een feest: het is een band.
Vandaag wordt Kerstmis vaak vervangen door ‘wintervakantie’.
Maar de winter is geen feest: het is een seizoen.
Kerstmis daarentegen is een bezieling.
Sinds enige tijd veranderen de woorden.
Voornamen worden weggegomd, wortels uitgewist,
de taal wordt zo gepolijst dat ze verandert in een spiegel zonder reflectie.
Winterfeesten, zegt men dan.
Maar woorden zonder herinnering roepen geen hoop op, geen warmte, geen gedeelde vreugde.
Dan blijven er alleen twee weken vakantie over, zonder ziel en zonder zang.
En beetje bij beetje, onder het mom van neutraliteit,
verdwijnt wat de seizoenen hun hartslag gaf: hun symbolen, liederen en woorden.
En door alles glad te willen strijken, alles voor iedereen aanvaardbaar te maken,
blijft uiteindelijk alleen leegte over.
Want inclusie zonder geheugen verwelkomt niemand meer: ze wist alles uit.
En soms gaan we zelfs nog verder.
We denken te verbinden door weg te nemen wat onze menselijkheid maakt.
We vervangen gezichten door gladde, onduidelijke vormen, bedoeld om iedereen te vertegenwoordigen, maar in werkelijkheid op niemand lijken.
Overal ter wereld, van de dorpen van de Sahel tot de megasteden van Azië en Noord-Amerika, van de bergen in Latijns-Amerika tot het platteland van Europa en de eilanden in de Stille Oceaan, zijn het de gezichten die ons verbinden.
Een gezicht draagt een verhaal, waardigheid en licht mee.
Gezichten wissen om niemand te kwetsen is vergeten dat het juist zij zijn die wonden helen: de blik van een kind, de glimlach van een moeder, de goedheid van een vreemde.
Culturen verschillen, talen verschillen.
Maar het gezicht is universeel: de eerste taal van de mensheid, het eerste bewijs van aanwezigheid, de eerste vonk van vrede.
Een samenleving kan zonder geloof, maar niet zonder vurigheid.
Wanneer alles lauw wordt, verliest de wereld haar muziek.
Kerstmis is ook de tederheid van onze oorsprong.
De kerstboom uit onze jeugd, met zijn breekbare ballen, de geur van het bos, de weerspiegeling van lichtslingers op beslagen ramen.
Het was geen rijkdom, maar een belofte van een moment waarop iedereen, voor één avond, iets dichter bij elkaar stond.
In het midden van dit feest staat een kerststal.
Geen symbool van macht, maar van armoede.
Een stal zonder comfort, de adem van de dieren als enige warmte, een beetje stro als wieg.
Een uitgeputte vrouw, een bezorgde man en in hun armen een kwetsbaar kind…
Niets eenvoudiger, niets echter.
Misschien ligt de boodschap van Kerstmis hierin: licht kan geboren worden in de kou, en het vergt slechts een open hart om de nacht te verlichten.
Samen vieren we Kerstmis in onze Tuin.
Omdat dit feest spreekt over liefde, geboorte, licht.
Omdat het het leven eert dat weerstand biedt aan de kou.
En omdat een wereld die bang is voor haar eigen woorden, altijd haar ziel verliest.
Onze Tuin zal binnen enkele jaren ook de tradities van het Nabije Oosten verwelkomen,
de gedeelde wieg van de drie grote religies van het Boek en van de beschavingen die eraan voorafgingen.
Ook daar zullen we vieren wat ons verbindt: het geloof in het leven, de tederheid, het gedeelde licht.
En we zullen de schoonheid van andere feesten vieren, zolang ze dezelfde boodschap dragen: vrede, goedheid, verbondenheid.
Of het nu gaat om Diwali, Chanoeka, het Suikerfeest of het Chinese Nieuwjaar,
ze vieren allemaal dezelfde overwinning: het innerlijke licht dat standhoudt in de nacht.
De schoonheid van de wereld schuilt juist in haar diversiteit, niet in haar uitwissing.
Geloof, wanneer het door liefde gedragen wordt, verlicht meer dan het scheidt.
Het herinnert ons eraan dat het licht niet van ons alleen is: het wordt gedeeld.
In de blik van een kind, een dier, een onbekende neemt het duizend vormen aan, allemaal heilig.
Overal keert het licht terug.
Kerstmis is slecht één van zijn namen, maar hij heeft er duizend.
Het is de vlam die de mensheid sinds het begin der tijden tegen de wind beschermt: het leven dat sterker is dan de angst.
Dus ja, in onze Tuin zullen er kerstbomen zijn, lampjes en kerstliederen.
Niet om een geloof op te leggen, maar om te behouden wat verwarmt en verbindt.
Kerstmis is geen erfgoed om te verbergen.
Het is een belofte: het licht laten branden, zelfs wanneer het flikkert.
Als we het samen bewaken, zal het nooit doven.
Éric Domb

De tweede Stem van de Tuin
Beste vrienden van Pairi Daiza,
De Stem van de Tuin is een eenvoudige plek om te spreken.
Geen persbericht, geen toespraak, maar een gedeeld vertrouwen.
Soms gaat het over het park, soms over de wereld, maar altijd vanuit deze levende plek waar natuur, dieren en schoonheid ons elke dag iets essentieels leren.
Schoonheid beweegt ons, als een licht dat wordt doorgegeven.
Wanneer ze het hart raakt, doet ze meer dan ontroeren:
Ze transformeert, ze verheldert en soms verstoort ze.
Ze maakt helder wat echt is, en legt bloot wat ruis en schijn blijft.
Ze herinnert ons eraan dat het ware niet bedriegt, en dat bedrog nooit mooi is.
Dit is mijn tweede Stem van de Tuin.
Onlangs stuurde een vriend me een petitie die gelinkt was aan tragische gebeurtenissen.
Een kort bericht, tegelijk warm en aandringend: “Teken je? En deel je het?”
Ik las het.
De tekst was zo geschreven dat hij de goede intenties streelde:
een felle verontwaardiging, misschien oprecht, maar zonder nuance.
Geen enkel barstje, geen zweem van twijfel, waar nog licht doorheen kon.
Ik voel het: we leven in een tijd waarin nuance stilaan verdwijnt,
alsof je moet kiezen voor een kamp en met een vlag moet zwaaien.
De boodschap klonk als een bevel: niet tekenen was wegkijken.
Nog erger, het was medeplichtig worden aan wat veroordeeld moest worden.
Nee zeggen tegen een vriend doet pijn:
een deel van je wil verbonden blijven, een ander deel weigert te liegen.
Je vreest de stilte, de kilte en dan de afstand die kan volgen.
Maar soms vraagt trouw de moed om te weigeren.
Ik voelde verdriet hem te moeten teleurstellen, en tegelijk een stille opstand.
Niet tegen hem, maar tegen die morele houding die deugd verwart met het theater ervan.
Ik tekende niet.
Niet uit onverschilligheid, maar omdat die tekst niets wilde begrijpen: hij zocht schuldigen.
Hij wilde verdelen in plaats van overtuigen.
En ik verlang niet naar een wereld waarin woede zich voordoet als deugd,
en haat het gezicht van moraliteit draagt.
Simplisme verleidt, nuance vraagt om denken.
Het eerste stelt gerust, het tweede verstoort.
En de tirannie van aandacht zoeken heeft stilaan de zorg voor waarheid verdrongen.
Onze tijd is vaak verontwaardigd om gezien te worden,
ze roept haar zuiverheid uit terwijl de werkelijkheid vervaagt.
Het is geen slechtheid, maar lichtzinnigheid.
En juist die lichtzinnigheid wordt tenslotte loodzwaar.
Zoals velen onder jullie probeer ik de passies te kiezen die opbouwen:
nieuwsgierigheid, mildheid, de wil om te begrijpen.
En me te beschermen tegen passies die vernietigen:
zekerheid, wrok, zelfverheerlijking.
Ik wil trouw blijven aan wat juist voelt:
dat oprechtheid zichtbaar wordt in het stille gebaar,
en dat schoonheid altijd iets waarachtigs onthult.
Zij is het kompas.
Wat mooi is, voelt juist.
Wat lelijk is, liegt.
De schoonheid van een houding schuilt in gebaren die geen aandacht vragen:
Je herkent haar in trouw wanneer niemand die verwacht,
in zachtheid in een harde wereld
in vergeving zonder getuigen,
in zorg voor wat geen nut lijkt te hebben,
in standvastigheid die niet gezien hoeft te worden.
Die gebaren hebben iets heiligs: ze herstellen in stilte wat de razernij beschadigt.
Waar schoonheid blijft, houdt menselijkheid stand.
De natuur leert ons hetzelfde.
De wolf doodt zonder haat.
De boom vecht voor het licht en voedt de aarde wanneer hij valt.
De vogel steelt een tak om een nest te bouwen.
De aap schreeuwt om zijn jong te beschermen.
Niets is er voor schijn. Alles dient het leven.
Wij mensen hebben de kracht behouden,
maar verloren soms te vaak de schoonheid van het gebaar.
We maakten van het goede een voorstelling
en van de deugd een spiegel voor het ego.
Schoonheid werkt anders.
Ze verbindt, ze herstelt, ze beschermt.
Een vlucht vogels in de avond,
de stap van een giraf,
de stilte van een kind dat kijkt,
alles wat echt mooi is, heelt de wereld een beetje.
Misschien is dat wel de Stem van de Tuin:
herinneren dat schoonheid geen decor is,
maar een levende waarheid die ons leidt wanneer alles wankelt.
Het valse blinkt, de schoonheid verlicht.
Het ene put zich uit in schijn,
het andere heeft gekozen om te zijn.
Eric Domb

De eerste Stem van de Tuin
Beste Vrienden van Pairi Daiza, vandaag voel ik de behoefte om een persoonlijke rubriek te openen: De Stem van de Tuin, daar waar schoonheid liefde ontwaakt.
Het zal eenvoudigweg mijn stem zijn:
Die van een man die al dertig jaar, elke dag opnieuw, ontroerd wordt door de schoonheid van de wereld, en die deze nog meer wil delen. Niet alleen door het ontdekken van dieren, landschappen, mineralen, architectuur en kunstwerken die deze schoonheid in ons Park weerspiegelen, maar ook door woorden.
Ik zou me daarom, van tijd tot tijd, graag rechtstreeks tot jullie willen richten.
Tot allen die van Pairi Daiza houden, die er wandelen, er verwondering beleven, er rust vinden.
Om jullie te vertellen wat ik daar zie, wat ik daar leer, wat ik daar voel, nederig, als een bevoorrechte getuige van die kwetsbare en wonderlijke band tussen de dieren en ons.
Deze eerste Stem van de Tuin gaat hierover: over de gedeelde tederheid, over de wetenschap die bevestigt wat het hart al wist, en over de liefde die op een dag bescherming wordt.
Al vijftig jaar heeft de wetenschap onze kijk op dieren ingrijpend veranderd.
Frans de Waal, Jane Goodall, Marc Bekoff, Temple Grandin, Jaak Panksepp, Carl Safina, E.O. Wilson…
Zij allen hebben onthuld wat we diep in ons hart al vermoedden: dieren voelen, hebben lief, hechten zich, troosten elkaar, spelen, vervelen zich en soms… huilen ze.
Hun innerlijke wereld bestaat.
Deze revolutie geeft dierentuinen een nieuwe betekenis.
Een zoo is slechts waardevol als het een plaats van ontmoeting wordt, niet van bezit.
Waar men vroeger opsloot, verbindt men nu.
Waar men vroeger soorten toonde, onthult men nu wezens.
Pairi Daiza is geboren uit deze overtuiging: dat schoonheid geen soort kent.
Dat de blik van een orang-oetan dezelfde ontroering kan wekken als de glimlach van een kind.
Dat er tussen een pandamoeder en een mensenmoeder maar één taal bestaat: die van tederheid.
En dat de mens, wanneer hij dieren zonder angst ziet leven, zich herinnert wat hij is kwijtgeraakt: de dankbaarheid voor het wonder van het leven, en daarmee het vermogen om zich in stilte te verwonderen over de schoonheid van de wereld.
Sommigen zouden alle dierentuinen willen afschaffen, alsof men daarmee een oude fout zou kunnen uitwissen.
Maar het sluiten van deze plekken zou geen enkel dier redden.
Soorten verdwijnen niet omdat we ze observeren,
maar omdat wij de bossen vernietigen waarin ze leven, de zeeën waarin ze zwemmen, en de lucht die ze inademen.
Ze sterven uit onder de kettingzagen, onder de netten, onder het onzichtbare gewicht van onze overdaad: ontbossing, klimaatverandering, vervuiling, handel, onverschilligheid.
Zelfs de natuurreservaten stikken, belegerd door honger, armoede of oorlog.
Wat blijft er dan nog over?
De band.
Die ervoor zorgt dat een kind, op een dag, de blik van een dier ontmoet en begrijpt dat die wereld hem ook aankijkt.
Op die dag wordt hij een bewaker van het leven.
Dat is wat Pairi Daiza is: een brug tussen wetenschap en emotie, tussen rede en tederheid.
Daar waar schoonheid liefde ontwaakt,
en waar liefde, op haar beurt, het leven beschermt.
Eric Domb


/--/uploads/2024/02/app-store.png)
/--/uploads/2024/02/google-play.png)
/--/uploads/2026/01/1080x1080_EDENYA-1.jpg)
